De angst voor hoogbouw op het Marineterrein

"De torens in de Zuidas zijn nauwelijks hoger dan 100 meter hoog. Dat is erg laag. Hou eens op met het woord megalomaan voor de bestaande bebouwing in Amsterdam."

Aldus cityplanner Ronnie Zijp op Twitter, in antwoord op een tweet van architectuurhistoricus Walther Schoonenberg. Het streven naar moderne stedelijkheid tegenover het conservatisme van Unesco.

Bouwplannen Marineterrein

Nu deze week de bouwplannen voor het Marineterrein bekend zijn geworden kan de discussie over de maximale bouwhoogte op Kattenburg weer volop van start gaan. Bovenstaande quote geeft al aan dat dit niet zonder de nodige strijdlust zal plaatsvinden.

De gemeente gaat voor het Marineterrein uit van het volgende:

"De gebouwen variëren grotendeel in hoogte van ca. 15 - 30 meter. Daar waar het kan en wenselijk is, bestaat de ruimte om op enkele plekken hoger te bouwen (tot ca. 40, max 50 meter)."

Tekst gaat door onder de afbeelding

Hoogbouw in de stad

Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik bijzonder gecharmeerd ben van hoogbouw. Rotterdam, waar ik graag kom, is natuurlijk hét voorbeeld van een Nederlandse stad waar men niet bang is voor wat extra metertjes. En ook Den Haag, waar ik werk, kan rond het Centraal Station een aardig woordje meespreken. Mits op de juiste plaats en met de nodige kwaliteit is hoogbouw een aanwinst.

Enige jaren geleden werd ik uitgenodigd op het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor een expert meeting rond de problemen van gemengde wooncomplexen (oorspronkelijke huurders versus kopers van de vrijgekomen sociale huurwoningen). De bijeenkomst vond plaats op een van de hogere etages van de zogenaamde JuBi-torens (146 meter hoog). Het uitzicht is hier fenomenaal. Je ziet Scheveningen aan de horizon liggen. Zonder uitzondering waren de ambtenaren zeer enthousiast over hun werkplek. Elke dag zorgen de weersomstandigheden voor een nieuw schouwspel en bij een straffe wind kun je de toren zelfs een beetje voelen wiebelen. 

Ook in Amsterdam heb ik ervaring met hoogvliegen. Een bevriende collega woont in stadsdeel Oost op de 20ste verdieping, met uitzicht over een groot gedeelte van de stad. De meeuwen vliegen hier langs de ramen. Tot groot genoegen van de 2 huiskatten en hun personeel. Ook hier is elke regenbui een beleving en elke zonsondergang een aangenaam verpozen. De toren staat daarbij op voldoende afstand van de omliggende gebouwen om geen hinderlijke schaduwwerking te kunnen veroorzaken. 

De dwangbuis van Unesco

Horizonvervuiling wordt vaak als argument tegen (woon)torens gebruikt. En zeker sinds een deel van het centrum als Unesco Werelderfgoed is aangemerkt wordt dit keer op keer gebruikt om hoogbouw tegen te houden. Dat een stad leeft en verandert wil er bij sommigen blijkbaar niet in. Alle nieuwbouw zal en moet in de sfeer van de 17e-eeuwse grachtengordel gebouwd worden. Amsterdam verwordt op deze manier tot een soort museum. Iets wat we maar al te goed merken aan de (te) grote schare aan toeristen en het vervolgens mijden van sommige delen van de stad door haar eigen bewoners. Met de huidige coronamaatregelen ontdek je helemaal hoe doods het centrum in feite is geworden. 

Tekst gaat door onder de afbeelding

Verandering en afwisseling zijn natuurlijk geen vieze woorden. De gemeente Amsterdam verwoordt het als volgt:

"Inpassing van een gebouw met een duidelijk afwijkende hoogte heeft op de directe omgeving een onmiskenbaar effect. Niet alleen veranderen maat en schaal in die omgeving erdoor, ook de beleving van de gebouwde omgeving verandert. [...] Hoogbouw draagt vaak bij aan het imago van stedelijkheid en eigentijdsheid. Ervaring leert dat een stedenbouwkundig accent ook een belangrijke positieve bijdrage kan leveren aan de beleving, de kwaliteit en de herkenbaarheid van een bijzondere plek. Differentiatie in hoogten kan een zekere monotonie doorbreken en iets extra’s toevoegen aan de levendigheid en aan de oriëntatie in een woonomgeving."

Nu ligt het Marineterrein niet in de grachtengordel, dus wat is het probleem zou je denken. Wel, volgens de hoogbouwvisie van de gemeente Amsterdam mag je vanuit het Unesco-gebied geen storende hoogbouw kunnen zien. Het Marineterrein is vanuit dit gebied echter nergens zichtbaar en ligt op zo'n grote afstand dat ook een toren van 60 meter via geen enkele zichtlijn te zien zal zijn. Omdat het binnen 2 kilometer afstand van de Unesco-zone ligt moet er voor het bouwen boven de 30 meter wel een Hoogbouweffectrapportage (HER) plaatsvinden.

Tekst gaat door onder de afbeelding

Nieuwbouw op Oostenburg (links het Inntel Hotel)

Torens langs de Dijksgracht

De strook op het Marineterrein langs het water van de Dijksgracht, met zicht op het spoor, zou volgens mij de aangewezen plek zijn voor een of twee torens van ca. 60 meter. Zo kunnen er meer mensen wonen op dezelfde oppervlakte. De opbrengst van duurdere appartementen in deze torens zou ten gunste kunnen komen van meer groen, seniorenwoningen en sociale huur. Door de torens slank te houden hoeft men niet bang te zijn voor gebrek aan doorkijk of langdurige schaduwwerking. Het past ook prima in de bestaande stedelijke omgeving van het Marineterrein, met de grote woon- en kantoorblokken op de Piet Heinkade, het Oosterdokseiland en de jaren-zeventig-bouw van de wijk Kattenburg. Een voorbeeld van recente hoogbouw op de Oostelijke Eilanden is het Inntel Hotel op Oostenburg. Dit hotel van 50 meter hoog valt geheel binnen de normen van de hoogbouwvisie van de gemeente. Over de schoonheid van dit gebouw valt te twisten, maar dat ligt niet aan de hoogte. En een tiental meters erbovenop is wat mij betreft zeker niet megalomaan. 

Reacties

  1. Leuk dat je Oostenburg aanhaalt. Daar hebben we vanuit de buurt een alternatief aangedragen waarbij we ipv 6 torentjes van uit-mijn-hoofd 42 meter een voorstel deden om 1 toren juist hóger te maken (het Inntel hotel, heel ruim 50 meter). Door zorgvuliger plaatsing 9bezonning!) geen probleem, en zo toch in totaal evenveel m2 voor de projectontwikkelaar.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ha Gert-Jan, excuses voor de late reactie. Dat alternatief sprak mij inderdaad erg aan. Hopelijk weet men met de juiste argumenten de angst voor hoogbouw bij bewoners weg te nemen. Kan een win-win-situatie opleveren.

      Verwijderen
  2. De mooiste plek voor hoogbouw is volgens mij aan de insteekhaven, waar nu gebouw 028 staat.
    Daar komen de 4 zichtlijnen vanaf Waterlooplein/Valkenburgerstraat, over de Nwe Herengracht, vanaf Oostenburg/Ezelsbrug/Wittenburg en een zichtlijn over het IJ bij elkaar.
    Bovendien dé centrale plek op het Marineterrein.
    (en dan zet je de woonboten aan de Dijksgracht niet in de schaduw)

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Na de kade aan de Dijksgracht is dat ook mijn favoriete plek. Bij nader inzien misschien wel de beste plek inderdaad. Tijd voor een 3D-weergave van de verschillende opties!

      Verwijderen

Een reactie posten